Schapen weer in de baan!

Beoordeel dit artikel

De schapen komen weer in de baan en worden benut om het groen in de bosschages weg te grazen. Het is een milieu- en arbeidsvriendelijke oplossing om de bosjes zoveel mogelijk schoon te houden, zo het zoeken naar ballen te vergemakkelijken en daarmee de doorstroomsnelheid in de baan te bevorderen. Maar wat moet je doen als je bal in een tijdelijke schapenweide komt?

Er geldt een plaatselijke regel die als volgt luidt:

Het is niet toegestaan het door een verplaatsbare schrikdraadafrastering gemarkeerde gebied voor grazende schapen (met of zonder schapen binnen de afrastering) te betreden.

Dit gebied is een verboden speelzone die moet worden beschouwd als een abnormale baanomstandigheid. De verboden speelzone strekt zich uit tot 1 clublengte buiten de afrastering. Bij een belemmering door deze verboden speelzone is het verplicht deze zonder straf te ontwijken volgens Regel 16-1f.

Wat betekent dit in een praktische situatie, bijvoorbeeld bij het eerste bosschage bij hole 2? Stel dat de afslag bij punt A praktisch zeker de schapenweide ingaat en de bal is niet te zien (je kunt alleen maar kijken of je die toevallig ziet liggen want je mag de verboden speelzone niet betreden!). In dat geval mag je de abnormale baanomstandigheid (want dat is de verboden speelzone)  zonder straf ontwijken. Omdat de verboden speelzone zich tot één stoklengte uitstrekt, wordt het referentiepunt dan Punt A plus 1 stoklengte niet dichterbij de hole. Vanaf daar bepaal je de dropzone, dropt ’n bal en speel je verder.

Het kan ook gebeuren dat je bal praktisch zeker bij punt A het bos ingaat, maar uiteindelijk bij punt B voor iedereen zichtbaar komt te liggen. Zo zichtbaar dat je de bal op afstand kunt identificeren (aan de hand van je aangebrachte merkteken) als jouw bal. In dat geval wordt je referentiepunt het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering, d.w.z. 1 stoklengte buiten de afrastering en niet dichterbij de hole. De dropzone bepaal je vervolgens weer met een stoklengte en opnieuw krijg je geen strafslag. Je kan ook hier dus maximaal 2 stoklengten buiten de afrastering liggen.

Tenslotte kan het voorkomen dat je bal buiten de afrastering ligt, maar dat je last hebt met je voorgenomen stand of swing van de verboden speelzone (die zich uitstrekt tot 1 stoklengte buiten de afrastering!). In dat geval ben je verplicht, zonder strafslag, die situatie te ontwijken door het referentiepunt te zoeken waar je er geen last meer van hebt. Met het droppen van een bal in de dropzone kun je dan het spel vervolgen.

Overigens geldt in deze situatie op hole 2 ook dat als de bal bij punt A praktisch zeker de verboden speelzone ingaat en je niet praktisch zeker hebt kunnen vaststellen dat de bal out of bounds is gegaan, de bal in de verboden speelzone ligt.

De Regel- en handicapcommissie

G-W5LYCT7MKN