Wijziging Plaatselijke Regels miv 1 mei 2025

De Regel- en handicapcommissie is ingegaan op het aanbod van de NGF om onze Plaatselijke Regels te reviewen. Die review heeft geleid tot de bevestiging dat onze Plaatselijke Regels op zich prima zijn, maar ook tot het inzicht dat een aanpassing het spel voor de golfer gemakkelijker kan maken. De belangrijkste wijzigingen zijn:

1. Er staat nu dat een GUR-situatie verplicht moet worden ontweken. Dat betekent onder andere dat elke GUR een verboden speelzone is, met alle regeltechnische gevolgen van dien. Dit wordt veranderd. Een GUR situatie MAG worden ontweken overeenkomstig Regel 16.1b, m.u.v. de GUR die is begrensd door blauwe palen met een groene kop; dan is het een verboden speelzone.

2. De zwarte afstandspalen op 50, 100 en 150 meter zijn vaste obstakels en mogen worden ontweken overeenkomstig Regel 16.1b. Het is bekend dat een paal met veel moeite kan worden verwijderd, maar dat leidt tot schade aan de constructie. Daarom: blijf er vanaf maar ontwijk de situatie en als de paal in je speellijn ligt, accepteer dat dan!

3. Er zijn inmiddels 8 robotmaaiers in de baan. Deze robots mogen onder geen enkele voorwaarde worden opgepakt om te voorkomen dat zij worden beschadigd of dat je zelf verwondingen oploopt. Daarom zijn de robots zowel een invloed van buitenaf als een vast obstakel. Hoe ga je regeltechnisch om met een robotsituatie?
Invloed van buitenaf
a. Je slaat een bal die tegen een robot komt en vervolgens in het bos. In dit geval moet je de bal spelen zoals die is komen te liggen (Regel 11.1b(1));
b. Je slaat een bal die in of op de rijdende robot blijft liggen. In dit geval zegt dezelfde Regel 11.1b(1) dat je de bal moet droppen in een dropzone rond het punt (bij benadering) waar de bal op de robot tot stilstand is gekomen;
c. De robot beweegt jouw stilliggende bal. Volgens Regel 9.6 moet je jouw bal op de oorspronkelijk plek (bij benadering) terugplaatsen;
d. De robot dreigt je bal ‘op te eten’. Maak niet de fout om de bal op te pakken, want dat levert je volgens Regel 9.4 één strafslag op. Laat de robot over je bal gaan en als je bal verplaatst is, leg je die terug. En als hij beschadigd is, mag je die zonder strafslag vervangen door een andere bal. Je kunt ook (op eigen risico) vóór de robot gaan staan in de hoop dat die op tijd stopt;
Vast obstakel
e. Je bal ligt tegen of in/op een stilstaande robot op de fairway. De robot is een vast obstakel dat je volgens Regel 16.1b zonder straf mag ontwijken.

4. Een vast obstakel nabij de green is geen belemmering volgens Regel 16.1 als de bal ergens anders dan op de green ligt. Ontwijken zonder straf is normaal gesproken dus niet toegestaan. Maar als de voorgreens zo kort gemaaid zijn dat putten van buiten de green een gebruikelijke keuze is, dan kunnen vaste obstakels – meestal sproeikoppen – die dicht bij de green liggen een belemmering vormen voor dergelijke slagen. Zie voorbeeld van een sprinkler bij de green van hole 12. Om de golfer ter wille te zijn, geldt de volgende plaatselijke regel:
Als een bal in het algemene gebied ligt en een vast obstakel bevindt zich (1) op de speellijn en (2) binnen twee clublengten van de green en (3) binnen twee clublengten van de bal, mag deze belemmering worden ontweken volgens Regel 16.1b. Een vast obstakel mag niet worden ontweken als de speler een speellijn kiest die duidelijk onredelijk is.

Tijdelijke plaatselijke regels ‘Plaatsen’ en ‘Bal schoonmaken’

Tot nu toe werd een van beide tijdelijke plaatselijke regels bekend gemaakt door een wijziging van de plaatselijke regels op de website of op het publicatiebord. Dat is een arbeidsintensieve handeling en niet geschikt voor situaties dat een dergelijke tijdelijke plaatselijke regel voor slechts enkele dagen geldt. Beide tijdelijke plaatselijke regels zijn nu vast opgenomen in de plaatselijke regels en als “Bal schoonmaken” of “Plaatsen” van toepassing is, dan wordt dat aangegeven op het informatiebord bij de afslag van de eerste tee, de elfde tee en bij de receptie. De volgende Plaatselijke Regel is dan van kracht:
Plaatsen
Als de bal in het algemene gebied gemaaid op fairwayhoogte of lager ligt mag de speler éénmaal een bal plaatsen op een plek naar keuze binnen 15 cm, maar niet dichter bij de hole.
Bal schoonmaken
Als de bal in het algemene gebied ligt, mag de bal zonder straf worden opgenomen en schoongemaakt, en moet de bal vervolgens worden teruggeplaatst. De speler moet de plek van de bal eerst markeren voordat hij wordt opgenomen en de bal moet worden teruggeplaatst op zijn oorspronkelijke plek.

Schapen weer in de baan!

De schapen komen weer in de baan en worden benut om het groen in de bosschages weg te grazen. Het is een milieu- en arbeidsvriendelijke oplossing om de bosjes zoveel mogelijk schoon te houden, zo het zoeken naar ballen te vergemakkelijken en daarmee de doorstroomsnelheid in de baan te bevorderen. Maar wat moet je doen als je bal in een tijdelijke schapenweide komt?

Er geldt een plaatselijke regel die als volgt luidt:

Het is niet toegestaan het door een verplaatsbare schrikdraadafrastering gemarkeerde gebied voor grazende schapen (met of zonder schapen binnen de afrastering) te betreden.

Dit gebied is een verboden speelzone die moet worden beschouwd als een abnormale baanomstandigheid. De verboden speelzone strekt zich uit tot 1 clublengte buiten de afrastering. Bij een belemmering door deze verboden speelzone is het verplicht deze zonder straf te ontwijken volgens Regel 16-1f.

Wat betekent dit in een praktische situatie, bijvoorbeeld bij het eerste bosschage bij hole 2? Stel dat de afslag bij punt A praktisch zeker de schapenweide ingaat en de bal is niet te zien (je kunt alleen maar kijken of je die toevallig ziet liggen want je mag de verboden speelzone niet betreden!). In dat geval mag je de abnormale baanomstandigheid (want dat is de verboden speelzone)  zonder straf ontwijken. Omdat de verboden speelzone zich tot één stoklengte uitstrekt, wordt het referentiepunt dan Punt A plus 1 stoklengte niet dichterbij de hole. Vanaf daar bepaal je de dropzone, dropt ’n bal en speel je verder.

Het kan ook gebeuren dat je bal praktisch zeker bij punt A het bos ingaat, maar uiteindelijk bij punt B voor iedereen zichtbaar komt te liggen. Zo zichtbaar dat je de bal op afstand kunt identificeren (aan de hand van je aangebrachte merkteken) als jouw bal. In dat geval wordt je referentiepunt het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering, d.w.z. 1 stoklengte buiten de afrastering en niet dichterbij de hole. De dropzone bepaal je vervolgens weer met een stoklengte en opnieuw krijg je geen strafslag. Je kan ook hier dus maximaal 2 stoklengten buiten de afrastering liggen.

Tenslotte kan het voorkomen dat je bal buiten de afrastering ligt, maar dat je last hebt met je voorgenomen stand of swing van de verboden speelzone (die zich uitstrekt tot 1 stoklengte buiten de afrastering!). In dat geval ben je verplicht, zonder strafslag, die situatie te ontwijken door het referentiepunt te zoeken waar je er geen last meer van hebt. Met het droppen van een bal in de dropzone kun je dan het spel vervolgen.

Overigens geldt in deze situatie op hole 2 ook dat als de bal bij punt A praktisch zeker de verboden speelzone ingaat en je niet praktisch zeker hebt kunnen vaststellen dat de bal out of bounds is gegaan, de bal in de verboden speelzone ligt.

De Regel- en handicapcommissie

Regels nader uitgelegd

Witte kunstgras stroken in de baan

Op de Championship Course en de Par 3/4 baan kom je ze tegen. Witte kunstgras stroken van 10 bij 25 cm die met een zekere tussenruimte van gras een denkbeeldige lijn vormen. Meestal vind je ze op de voorgreen. Voor zover het nog niet bekend is: het doel van die lijn is te voorkomen dat men met een trolley die voorgreen of een ander begrensd gebied op rijdt. Het oprijden met een buggy of handicart is vanzelfsprekend helemaal uit den boze. Houd onze leuke en uitdagende baan in ere!
Op andere banen zie je ook wel dat de greenkeepers werken met kalkstrepen, maar het onderhoud daarvan is zeer arbeidsintensief. Op onze baan dus witte kunstgras stroken, die de komende tijd zullen worden verdicht zodat het effect van een lijn nog meer wordt benadrukt. Let er dus op als je in de buurt van de green bent en parkeer of rijd je trolley niet over die denkbeeldige lijn.

Golfregels

Wat gebeurt er als je bal een dergelijke kunstgras strook raakt of erop ligt? Of als je last hebt van die strook met je stand of je voorgenomen swing? Dan blijkt maar weer hoe fijn het is dat de golfregels je helpen.
Een dergelijke kunstgrasstrook is namelijk een vast obstakel. Volgens de definitie is elk kunstmatig voorwerp een obstakel. Voorts liggen alle stroken vast in het algemene gebied. En zo’n vast obstakel mag je zonder straf ontwijken. Hoe doe je dat?
Je zoekt het dichtstbijzijnde punt waar – als je bal daar zou liggen – je zowel voor je stand als voor je swing geen last meer hebt van de kunstgrasstrook. Dit is je referentiepunt. Vanaf dat punt mag je binnen een clublengte een bal droppen. Doe dat niet dichter bij de hole.
Wil je exact weten hoe het zit? Lees dan de definitie van een vast obstakel en regel 16.1b erop na.
Dus: ga de lijn gevormd door de witte kunstgras stroken niet over met je trolley of buggy en maak handig gebruik van de golfregels als je last hebt van die stroken. Het kan je wel eens een betere ligging bezorgen voor je chip naar de vlag!

Handicap voor beginners

Deze tekst beoogt duidelijkheid te geven op vragen die bij nieuwe leden of beginners veelal leven.

Baanpermissie: handicap komt op 55

Theorie geslaagd: handicap blijft op 55 staan, de R&H commissie vermeldt dit in E-Golf4U.

Men kan nu qualifying kaarten gaan spelen, mag ook op par 3/4 baan over 9 holes.

Scores moet het lid zèlf invoeren in E-Golf4U, het is niet nodig dat het lid de eerste kaart inlevert.

Is de score 19 (bij 9 holes) of 36 (bij 18 holes) of hoger, dan zakt de handicap en wordt er door de NGF een digitale handicappas aangemaakt. Het lid krijgt hier een melding van.

Is de score te laag, dan kan het lid wel kaarten invoeren maar de handicap verandert niet.

Op stap met een referee

Even een dagje mee met referee Dolf de Bruin

Zaterdag 15 en zondag 16 mei waren de strokeplay clubkampioenschappen en heb ik als lid van de Regel- en handicapcommissie een dagje Dolf de Bruin, een van de clubreferees, gezelschap gehouden. Ik ben zelf nog geen referee, maar was benieuwd wat Dolf allemaal zou tegenkomen. Daarnaast is het natuurlijk altijd gezellig om met z’n tweeën in de baan te zijn.

Wat kom je als referee nu zoal tegen? Naast mooie natuur, een gezinnetje meerkoeten en overvliegende ganzen? Ook andere natuurverschijnselen zoals tijdelijk water, vijvers en beplanting in het algemene gebied (vroeger rough genoemd). Al deze verschijnselen leveren interessante vragen op. Vragen die aan Dolf gesteld zijn tijdens de wedstrijd:

  1. Hoe te handelen wanneer de bal in tijdelijk water is beland in het algemene gebied?
  2. Hoe te handelen als mijn bal in een hindernis ligt?
  3. Hoe te handelen als mijn bal op een voor mij onspeelbare plek is beland?

Vragen die de gemiddelde golfer altijd wel eens tegenkomt. Vooral op een baan als de onze.

Hoe te handelen wanneer de bal in tijdelijk water is beland in het algemene gebied?
Tijdelijk water mag zonder straf ontweken worden. Wat is nu tijdelijk water: er moet een concentratie van water zichtbaar blijven voor of nadat de stand is ingenomen. Betrek je marker bij het vaststellen van tijdelijk water. Dat voorkomt gedoe. Regel 16 legt uit wanneer je tijdelijk water zonder straf mag ontwijken en hoe dat moet. De belangrijkste punten samengevat:

  1. Stel het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering vast (nearest point of relief). Dit wordt het referentiepunt (het dichtstbijzijnde punt waarbij de belemmering volledig wordt ontweken). Vervolgens bepaal je de dropzone die niet dichter bij de hole mag zijn en in het algemene gebied moet liggen.
  2. Afmeting van de dropzone: ’n halve cirkel van één clublengte gemeten vanaf het referentiepunt.
  3. Drop een bal in de dropzone.
  4. De bal moet binnen de dropzone tot stilstand komen. Is dit niet het geval, herhaal de dropping procedure en als de bal dan weer niet in de dropzone valt: plaatsen.

Neem nu even de tijd om je rustig te concentreren om de bal weer in het spel te brengen. Niet teveel tijd natuurlijk. 40 seconden maximaal, vanaf het moment dat je (weer) kan spelen.

Hoe te handelen als mijn bal in een hindernis ligt?

De bal is in een (water)hindernis verdwenen en dit is ook door jou en je marker geconstateerd. Dat is hier de uitgangssituatie. Wat nu te doen? Op onze golfbaan had je vroeger rode en gele palen. Nu alleen nog maar rode palen. Maakt het toepassen van de regels weer iets eenvoudiger en je hebt in plaats van twee opties, nu drie opties, ieder met één strafslag:

  1. Je mag de bal spelen vanaf de originele plaats waarop je de bal eerder hebt geslagen. Pas de droppingregel toe.
  2. Je zoekt het punt waar de bal de (water)hindernis het laatst heeft gekruist (dit wordt je referentiepunt) en vanaf dat punt mag je recht naar achteren in lijn met de vlag. Je markeert de dropzone door middel van een markeringspunt (tee).
  3. Je mag het referentiepunt van de hindernis zijwaarts ontwijken, met maximaal twee stoklengtes (tip gebruik je driver, maar dan wel zonder hoes). Je markeert de dropzone door middel van een markeringspunt (tee).

Belangrijk bij de dropzone: de dropzone mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt en mag in ieder gebied van de baan liggen behalve in dezelfde hindernis.

Zie ook regel 17.1 voor een uitgebreide uitleg.

Hoe te handelen als mijn bal op een voor mij onspeelbare plek is beland?

Als speler ben jij degene die een bal onspeelbaar verklaart. Dat kun je trouwens alleen maar doen in het algemene gebied, in een bunker of op de green maar niet in een hindernis. In een hindernis geldt regel 17.

. Nadat je de bal in het algemene gebied of op de green onspeelbaar hebt verklaard heb je drie opties (regel 19.2a, b of c). Voor iedere optie geldt één strafslag.

  1. Sla de bal vanaf dezelfde plek als waar je de bal vandaan geslagen hebt. Praktisch gezien, loop terug
  2. Recht naar achteren in een rechte lijn met de vlag. Je mag zo ver mogelijk naar achteren. Daar is geen limiet aan. Je mag de oorspronkelijke bal of een andere bal droppen in een dropzone rondom een referentiepunt op die rechte lijn.
  3. Zijwaarts ontwijken met maximaal twee stoklengtes. Je mag de oorspronkelijke bal of een andere bal droppen in deze extra grote dropzone.

Deze drie situaties zijn Dolf en ik tegengekomen tijdens de wedstrijd. In al deze situaties werd de hulp van de referee ingeroepen. Daar is de referee dan ook voor: het bieden van hulp. Echter, als een referee ziet dat de regels niet goed worden toegepast, dan zal hij correctief optreden, wat je één of twee strafslagen kan opleveren en in het ergste geval diskwalificatie. Dolf heeft op de tweede dag gevraagd een strafslag aan de score toe te voegen als gevolg van het niet goed toepassen van de plaatsingsregels. Niet leuk om te doen, maar helaas wel nodig. Door het niet goed toepassen van de regels kun je jezelf bevoordelen als speler en in een wedstrijd kan dat het verschil betekenen tussen winst of verlies, tussen nummer 1 worden of nummer 2.

Al met al een leerzame en onderhoudende dag met Dolf. Op naar de volgende wedstrijd.

Dirk Faber
Lid Regel- en handicapcommissie

G-W5LYCT7MKN