Op stap met een referee

Beoordeel dit artikel

Even een dagje mee met referee Dolf de Bruin

Zaterdag 15 en zondag 16 mei waren de strokeplay clubkampioenschappen en heb ik als lid van de Regel- en handicapcommissie een dagje Dolf de Bruin, een van de clubreferees, gezelschap gehouden. Ik ben zelf nog geen referee, maar was benieuwd wat Dolf allemaal zou tegenkomen. Daarnaast is het natuurlijk altijd gezellig om met z’n tweeën in de baan te zijn.

Wat kom je als referee nu zoal tegen? Naast mooie natuur, een gezinnetje meerkoeten en overvliegende ganzen? Ook andere natuurverschijnselen zoals tijdelijk water, vijvers en beplanting in het algemene gebied (vroeger rough genoemd). Al deze verschijnselen leveren interessante vragen op. Vragen die aan Dolf gesteld zijn tijdens de wedstrijd:

  1. Hoe te handelen wanneer de bal in tijdelijk water is beland in het algemene gebied?
  2. Hoe te handelen als mijn bal in een hindernis ligt?
  3. Hoe te handelen als mijn bal op een voor mij onspeelbare plek is beland?

Vragen die de gemiddelde golfer altijd wel eens tegenkomt. Vooral op een baan als de onze.

Hoe te handelen wanneer de bal in tijdelijk water is beland in het algemene gebied?
Tijdelijk water mag zonder straf ontweken worden. Wat is nu tijdelijk water: er moet een concentratie van water zichtbaar blijven voor of nadat de stand is ingenomen. Betrek je marker bij het vaststellen van tijdelijk water. Dat voorkomt gedoe. Regel 16 legt uit wanneer je tijdelijk water zonder straf mag ontwijken en hoe dat moet. De belangrijkste punten samengevat:

  1. Stel het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering vast (nearest point of relief). Dit wordt het referentiepunt (het dichtstbijzijnde punt waarbij de belemmering volledig wordt ontweken). Vervolgens bepaal je de dropzone die niet dichter bij de hole mag zijn en in het algemene gebied moet liggen.
  2. Afmeting van de dropzone: ’n halve cirkel van één clublengte gemeten vanaf het referentiepunt.
  3. Drop een bal in de dropzone.
  4. De bal moet binnen de dropzone tot stilstand komen. Is dit niet het geval, herhaal de dropping procedure en als de bal dan weer niet in de dropzone valt: plaatsen.

Neem nu even de tijd om je rustig te concentreren om de bal weer in het spel te brengen. Niet teveel tijd natuurlijk. 40 seconden maximaal, vanaf het moment dat je (weer) kan spelen.

Hoe te handelen als mijn bal in een hindernis ligt?

De bal is in een (water)hindernis verdwenen en dit is ook door jou en je marker geconstateerd. Dat is hier de uitgangssituatie. Wat nu te doen? Op onze golfbaan had je vroeger rode en gele palen. Nu alleen nog maar rode palen. Maakt het toepassen van de regels weer iets eenvoudiger en je hebt in plaats van twee opties, nu drie opties, ieder met één strafslag:

  1. Je mag de bal spelen vanaf de originele plaats waarop je de bal eerder hebt geslagen. Pas de droppingregel toe.
  2. Je zoekt het punt waar de bal de (water)hindernis het laatst heeft gekruist (dit wordt je referentiepunt) en vanaf dat punt mag je recht naar achteren in lijn met de vlag. Je markeert de dropzone door middel van een markeringspunt (tee).
  3. Je mag het referentiepunt van de hindernis zijwaarts ontwijken, met maximaal twee stoklengtes (tip gebruik je driver, maar dan wel zonder hoes). Je markeert de dropzone door middel van een markeringspunt (tee).

Belangrijk bij de dropzone: de dropzone mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt en mag in ieder gebied van de baan liggen behalve in dezelfde hindernis.

Zie ook regel 17.1 voor een uitgebreide uitleg.

Hoe te handelen als mijn bal op een voor mij onspeelbare plek is beland?

Als speler ben jij degene die een bal onspeelbaar verklaart. Dat kun je trouwens alleen maar doen in het algemene gebied, in een bunker of op de green maar niet in een hindernis. In een hindernis geldt regel 17.

. Nadat je de bal in het algemene gebied of op de green onspeelbaar hebt verklaard heb je drie opties (regel 19.2a, b of c). Voor iedere optie geldt één strafslag.

  1. Sla de bal vanaf dezelfde plek als waar je de bal vandaan geslagen hebt. Praktisch gezien, loop terug
  2. Recht naar achteren in een rechte lijn met de vlag. Je mag zo ver mogelijk naar achteren. Daar is geen limiet aan. Je mag de oorspronkelijke bal of een andere bal droppen in een dropzone rondom een referentiepunt op die rechte lijn.
  3. Zijwaarts ontwijken met maximaal twee stoklengtes. Je mag de oorspronkelijke bal of een andere bal droppen in deze extra grote dropzone.

Deze drie situaties zijn Dolf en ik tegengekomen tijdens de wedstrijd. In al deze situaties werd de hulp van de referee ingeroepen. Daar is de referee dan ook voor: het bieden van hulp. Echter, als een referee ziet dat de regels niet goed worden toegepast, dan zal hij correctief optreden, wat je één of twee strafslagen kan opleveren en in het ergste geval diskwalificatie. Dolf heeft op de tweede dag gevraagd een strafslag aan de score toe te voegen als gevolg van het niet goed toepassen van de plaatsingsregels. Niet leuk om te doen, maar helaas wel nodig. Door het niet goed toepassen van de regels kun je jezelf bevoordelen als speler en in een wedstrijd kan dat het verschil betekenen tussen winst of verlies, tussen nummer 1 worden of nummer 2.

Al met al een leerzame en onderhoudende dag met Dolf. Op naar de volgende wedstrijd.

Dirk Faber
Lid Regel- en handicapcommissie

G-W5LYCT7MKN